Herfst in de Eifel
8/17

Natuurlijk juweel met een spannende geschiedenis

Het heidelandschap van de Eifel

Een natuurlijk juweel met een spannende geschiedenis

De heidevelden in de Eifel hebben zich in de loop van duizenden jaren ontwikkeld als gevolg van natuurlijke en menselijke invloeden. Door het toenemende landbouwgebruik is het bos in veel gebieden teruggedrongen: de met dwergstruiken begroeide, bosvrije heide heeft zich kunnen ontwikkelen. 

De jeneverbesheide van de Eifel, ooit een symbool van armoede, is nu een natuurlijke schat met een ongeëvenaarde charme en prachtige wandelgebieden. In de nazomer en herfst verandert de heide in een weelderige groene omgeving met paarse tapijten: Een mozaïek van kleuren en geuren, gekenmerkt door de robuuste schoonheid van de heide, de aromatische jeneverbesstruiken en af en toe een dennenboom die zich schrap zet tegen de wind. Dit landschap, ooit een teken van de harde strijd tegen de dorre bodem, is nu een waardevol natuurlijk erfgoed. Natuurliefhebbers kunnen hier hazelhoen, boomleeuwerik of graspieper tegenkomen, maar ook orchideeën, boshyacinten en andere zeldzaamheden.

Tot het begin van de 19e eeuw werd het landschap van de Eifel in grote mate gekenmerkt door de “Schiffelwirtschaft”. Hierbij werden stukken gras gepeld, gedroogd en verbrand. Zaad en wortelonkruiden werden vernietigd en de verkregen as werd gebruikt als minerale meststof om de opbrengst van de akkers voor korte tijd te verhogen. Deze vorm van slash-and-burn landbouw speelde een doorslaggevende rol in de regio en was een Europa-breed fenomeen dat ontstond uit de noodzaak om de groeiende bevolking te voeden. 

Bovendien hadden de boeren in de Eifel slechts kleine boerderijen. Koeien of paarden waren een zeldzame luxe. Landbouw betekende meestal het houden van winterharde schapen en geiten, die over de dorre, onbemeste weiden en in de bossen werden gedreven. Bijna niets was veilig voor hun hongerige monden - behalve de stekelige en bitter smakende jeneverbesstruiken, die gespaard werden en uitgroeiden tot slanke bomen. Zo ontstonden tussen de dorpen in de Eifel uitgestrekte gebieden die met hun cipresachtige schoonheid deden denken aan mediterrane landschappen. 


In de loop der eeuwen zijn veel van deze heidegebieden echter weer overwoekerd of veranderd door agrarisch gebruik. Enkele van deze gebieden zijn bewaard gebleven door consequent natuurbeheer en vormen een habitat voor zeldzame dier- en plantensoorten. 

Speciale beschermingszones, zoals het Dr Heinrich Menke Park in het beschermde landschapsgebied “Rijn-Ahr-Eifel”, spelen hier een belangrijke rol. Hier behouden vrijwilligers van de Wacholderwacht Osteifel deze unieke habitat voor vele gespecialiseerde planten- en diersoorten. Houtige begroeiing wordt verwijderd, schapen worden gebruikt voor begrazing en de bijzonderheden van dit unieke landschap worden uitgelegd tijdens begeleide wandelingen.   

In deze regio's wordt ook vloeibaar goud geproduceerd, want de jeneverbes uit de Eifel wordt vaak gebruikt voor het distilleren van sterke drank. Hij wordt ook gebruikt in kruidenmengsels en de jeneverbessen zijn essentieel voor de unieke, houtachtig-harsachtige smaak die kenmerkend is voor traditionele jenevervariëteiten. Met hun zoet-kruidige en licht harsachtig-bittere aroma geven ze gin zijn karakteristieke smaak en zijn ze een onmisbaar hoofdbestanddeel.